Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Orbeseal is geïndiceerd voor de preventie van nieuwe intramammaire infecties gedurende de gehele droogstandperiode. Droogzetbehandeling zonder antibiotica. Aanbevolen wordt om Orbeseal te gebruiken als onderdeel van een plan van aanpak met betrekking tot het droogzetten en demastitiscontrole van de koppel. Bij koeien die beschouwd worden als zijnde vrij van subklinische mastitis kan Orbeseal op zichzelf gebruikt worden voor droogzetmanagement. De andere dieren dienen behandeld te worden volgens een gebruikelijk mastitiscontrole programma of specifiek diergeneeskundig advies.
Per injector voor intramammair gebruik met 4 g:
Werkzaam bestanddeel:
Bismut subnitraat, zwaar 2,6 g
(overeenkomend met bismut, zwaar 1,858 g)
Hulpstoffen:
Vloeibare paraffine
Aluminium di tri stearaat
Colloïdaal watervrije silica
Grijs-witte, gladde, pasta-achtige suspensie voor intramammair gebruik.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
In klinisch onderzoek is de compatibiliteit van het diergeneesmiddel alleen aangetoond met een cloxacilline bevattend droogzetpreparaat.
Pas geen ander intramammair diergeneesmiddel toe ná de toepassing van het diergeneesmiddel.
7. Bijwerkingen Rund (melkkoeien bij droogzetten). Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Acute mastitis1 1Voornamelijk als gevolg van een slechte infusietechniek en gebrek aan hygiëne. Zie rubrieken "Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen" en " Speciale waarschuwingen" met betrekking tot het belang van aseptische techniek.
Uitsluitend intramammair gebruik.
Dosering: Breng de inhoud van één injector voor intramammair gebruik in de speen van elk kwartier in, direct na de laatste melkbeurt van de lactatieperiode (bij het droogzetten). Speen of uier na het inbrengen van het diergeneesmiddel niet masseren.
Toediening: Er dient er voor gezorgd te worden dat er geen pathogenen ingebracht worden in de speen. Aangezien het diergeneesmiddel geen antimicrobiële werking heeft, is het essentieel dat er bij het inbrengen een strikt aseptische techniek toegepast wordt. Als deze aanwijzingen niet opgevolgd worden, kan dat na het inbrengen leiden tot ernstige gevallen van mastitis en zelfs tot de dood.
Alle spenen dienen vóór het inbrengen van het diergeneesmiddel grondig gereinigd en gedesinfecteerd te worden. Zorg ervoor dat er voldoende tijd is om elk dier te behandelen en combineer de behandeling niet met andere verzorgingsactiviteiten.
Zorg ervoor dat de dieren onder hygiënische omstandigheden gehouden worden. Injectoren schoonhouden en NIET in water onderdompelen.
Voor elke te behandelen koe aparte, schone wegwerphandschoenen gebruiken.
Start met een zichtbaar schone, droge speen en uier. Als de spenen duidelijk vuil zijn, verwijder dan alleen het vuil van de spenen met vochtige papieren wegwerpdoekjes en droog ze grondig af. Dip de spenen in een snelwerkende pre-dip gedurende 30 seconden en droog elke speen goed af met voor elke speen een afzonderlijk wegwerpdoekje. Strip de eerste melk in een stripcup en gooi deze melk weg.
Desinfecteer het gehele oppervlak van de speen grondig met een met alcohol doorweekte prop watten. Uit studies is gebleken dat de meest effectieve manier van schoonmaken van de spenen bereikt wordt door gebruik te maken van een schone, droge prop watten die doordrenkt wordt met medicinale alcohol (of een soortgelijk middel). Als dit niet beschikbaar is, kan het bijgeleverde tepeldoekje gebruikt worden. Reinig eerst de twee verst verwijderde spenen en daarna de twee dichtstbijzijnde om verontreiniging van de schone spenen te voorkomen (Zie figuur 1).
Reinig elk slotgat voorzichtig met een nieuwe aparte prop watten met alcohol totdat zowel slotgat als wattenprop schoon blijven.
Verwijder de dop van de uierinjector en zorg ervoor de tuit niet aan te raken.
Pak de speen stevig vast tussen uw vingers op de overgang van uier naar speen. Houd de speen onder een kleine hoek. Breng vervolgens de inhoud van de injector in het onderste deel van de speen, beneden waar u knijpt, waarbij verontreiniging van het slotgat vermeden moet worden. Doe dit in een volgorde tegenovergesteld aan het schoonmaken, dus eerst de twee dichtstbijzijnde spenen (Zie figuur 2). Het diergeneesmiddel niet in de uier inmasseren.
Desinfecteer de spenen met een dip of spray voor na het melken en houd de koeien minstens een half uur in de benen om het tepelkanaal de gelegenheid te geven te sluiten (Zie figuur 3).
| CNK | 3116480 |
|---|---|
| Organisaties | Zoetis Belgium |
| Breedte | 253 mm |
| Lengte | 388 mm |
| Diepte | 208 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |